Verliefd op hem was ik al, maar anders zou ik het spontaan geworden zijn. Mijn Lief (met wie ik toen nog maar een blauwe maandag verkering had) snapte het. Eerst schrijf je een tekst en daarna ga je pas je tekst verbeteren. In een eerste concept dat ik nog maar net had neergepend – de inkt was bij wijze van spreken nauwelijks opgedroogd toen ik het hem liet lezen – zag hij meteen wat er nog veranderd en verbeterd kon worden. En deed suggesties die ik als redacteur ook zou hebben geadviseerd.

Persoonlijk ken ik maar weinig mensen die hun verhaal in één keer perfect op papier krijgen. Ik kan dat in ieder geval niet. Net als vrijwel iedereen ben ik soms een beetje slordig in het formuleren van mijn zinnen. Een beetje haastig waardoor ik tikfouten maak. Een beetje vergeetachtig, waardoor ik even niet meer weet hoe je dat ene woord ook alweer schrijft. Teveel in de ban ben ik van de inhoud om meteen alle aandacht bij de vorm te kunnen hebben. En juist daarom bestaat er zoiets als redactie.

Je kunt dat het beste vergelijken met de poetsbeurt die op een verbouwing volgt. De bouwvakkers die net dat ene mooie kamertje aan jouw thuis hebben toegevoegd, hebben de hielen gelicht. En nu is het jouw beurt: poetsen en boenen tot het gaat blinken. Je ziet al hoe mooi het allemaal wordt, maar er moet nog wel wat stof verwijderd, wat overbodige spijkers van de vloer geraapt, gaatjes gedicht en gereedschap opgeruimd. Er ontbreekt nog een finishing touch.

Wie leest dit straks?

Zo gaat het dus ook met de teksten die ik voor mijn auteurs redigeer na het schrijven, als we samen aan een boek werken. Ik verplaats nog wat alinea’s, haal hier en daar onnodige stopwoordjes weg, kijk of er niet teveel dezelfde woorden worden gebruikt, maak zinnen korter of juist langer… En net als met dat kamertje kijk ik daarbij vooral goed: wie gaat deze tekst ‘gebruiken’ en voor welk doel – en klopt het dan? Tot slot doe ik nog een rondje boekhouden met letters – soms wordt dat correctie genoemd, soms heel sjiek met eindredactie aangeduid. Komen er geen dubbele spaties voor, zijn er nog spel – of grammaticafouten te bekennen?

Sla je als schrijver deze opknapbeurten over, dan loop je het gevaar dat er straks een splinter in je voet zit: van dat ene plekje bij het raam waar je niet gecontroleerd had of het schuren van de planken wel helemaal goed is gegaan. Er zitten nog onafgewerkte randjes aan je verhaal en je kunt jezelf daar misschien zelfs aan bezeren. Meestal geen ramp, maar toch een beetje jammer.


NB: Dit is een van de verhalen uit mijn boek dat op 7 april bij Droomvallei Uitgeverij zal verschijnen. Meer informatie over deze handleiding vol inspirerende ervaringsverhalen en slimme tips vind je op: “Jouw levensverhaal hoort in een boek thuis”