Een boek schrijven heeft iets tegenstrijdigs. Het is simpeler dan je denkt en tegelijk ingewikkelder. Er is geen mens te vinden die altijd en overal even goed of moeiteloos schrijft. Zelfs toptalenten maken soms kanjers van taalfouten in hun zinnen of worstelen ermee dat het maar niet lukt om iets echt pakkend te verwoorden. Zij weten dat ook van zichzelf en maken zich geen illusies. Het komt uiteindelijk wel goed met hen en hun verhalen. Voor dat zelfvertrouwen is een simpele reden. Goede schrijvers weten wanneer ze hulp moeten inschakelen. Ze doen het zelden helemaal alleen. Wil jij ook een goed verhaal op papier zetten? Doe het dan niet in je eentje, maar vraag anderen om feedback.

Het maakt helemaal niets uit of je bijna dagelijks schrijft omdat het je beroep is of je favoriete hobby. Om een goed boek te maken, heb je anderen nodig. Hoe langer en intensiever je bezig bent met je verhaal opschrijven, hoe groter de kans is dat jij jouw eigen fouten niet eens meer ziet. Daarvoor zijn al die andere mensen er dus die jij om hulp hebt gevraagd. Om jou van goede feedback te voorzien en te zorgen dat het je toch gaat lukken: een (bijna) foutloos verhaal dat lekker leest en feitelijk klopt.

Een frisse blik

Er is ooit een onderzoek naar dyslexie gedaan aan een Engelse universiteit. En wat blijkt? Jouw hersenen hebben alleen de eerste en de laatste letter van een woord nodig om een tekst te lezen en te begrijpen wat er staat. Probeer het maar eens met de tekst in dit plaatje.

Zoiets gebeurt er dus ook met jou tijdens het schrijven. Als je voor de vierde of vijfde keer door jouw teksten gaat, om zeker te weten of je alles goed (genoeg) hebt opgeschreven, ontwikkel je gaandeweg een soort blindheid voor wat er werkelijk staat. Je leest er bijna letterlijk overheen. Gek? Dat valt wel mee. Misschien is het vooral vreemd dat je alle fouten meestal juist wel ziet.

Het hele proces lijkt een beetje op foto’s maken. Jij ziet als mens vooral die prachtige zonsondergang, wanneer je uitsluitend met je ogen kijkt; je camera pakt vervolgens ook die lelijke paal mee op de voorgrond, als je daarvan een foto maakt. En dan zien jouw ogen opeens alsnog óók hoe lelijk die paal was. En verbaas je je misschien wel: waarom is me dat niet direct opgevallen?

Natuurlijk is het spannend om je verhaal uit handen te geven. Het kan je een heel kwetsbaar gevoel geven. Liefst zou je natuurlijk horen dat het he-le-maal geweldig is. Maar de enige manier om dat te bereiken, is toch: anderen vragen om feedback en open staan voor suggesties hoe je dat voor elkaar kunt krijgen. Hoe méér mensen je met jouw boek wilt bereiken, hoe belangrijker het is dat je ook in goede feedback durft te investeren.


 

Feedback is misschien niet altijd leuk
maar het levert je wel iets op.
Een beter boek.


Op dit moment ben ik druk bezig mijn eigen boek af te ronden – Dit levensverhaal hoort in een boek thuis – dat in 2018 zal verschijnen en binnenkort naar de drukker gaat. Ik maak zodoende als auteur mee hoe prettig het is als anderen je helpen om boven jezelf uit te stijgen. Fijne proeflezers mocht ik inschakelen die me niet alleen complimenteerden met wat ze meteen al mooi en goed vonden aan mijn boek. Ze leverden zinvol inhoudelijk commentaar op mijn manuscript. Daarna ging er nog een corrector namens mijn uitgever met de vlooienkam door alle woorden en zinnen in mijn boek, op zoek naar de laatste spel- en grammaticafouten. Een heleboel keren ging zodoende een frisse blik van anderen over mijn teksten en vormgeving heen. Ik raad dat altijd anderen aan, maar mocht het nu zelf ervaren. Ik was er heel blij mee.

Bewust kiezen

Mijn proeflezers maakten me nog meer bewust van allerlei keuzes die ik voor mijn boek had gemaakt. Soms kon ik vierkant achter die keuzes blijven staan, of het nu om de inhoud of de vormgeving ging. Dan hielp hun feedback me vooral om nóg beter te begrijpen waarom ik het belangrijk vond om het in mijn boek precies op deze manier te doen. Andere keren was ik het met mijn proeflezers eens. Dan zag ik opeens prachtige kansen opduiken om mijn boek nog net iets beter te maken. Het ging steeds om kleinigheden, maar het leverde toch verbeteringen op waaraan ik zelf nog niet had gedacht.

Er kwam ook feedback waarop ik vooraf niet had gerekend. Ik ontdekte mijn eigen blinde vlekken. Ik twijfelde bijvoorbeeld nog of mijn boek als e-book zou kunnen verschijnen. Op die vraag kwam een antwoord dat niet mis te verstaan was. Alle proeflezers die een digitale versie van mijn boek hadden ontvangen per mail, vonden de vormgeving mooi – maar het zat hen soms een beetje in de weg. Op hun beeldschermen waren de letters niet altijd goed te lezen; en je kon niet zo gemakkelijk overzien hoe het boek in elkaar zat. Zodoende werkten de rubrieken (met allemaal een andere vormgeving) een beetje verwarrend.

Intussen verscheen een papieren proefdruk van Dit levensverhaal hoort in een boek thuis. Iedereen die ik deze proefversie op papier liet zien – een echt boek, compleet met een kaft eromheen – was unaniem lyrisch over de vormgeving: dat maakte zoveel in één oogopslag duidelijk en nodigde enorm uit tot lezen. Sowieso was het boek helemaal top: mooie papiersoort, fijn formaat, goede lettergrootte. Twee totaal uiteenlopende belevingen waren het. Ik ontdekte daardoor zo’n blinde vlek van mij. Als vormgever weet ik allang dat tussen de weergave op scherm of papier een wereld van verschil kan zitten. Ik ervaar dat verschil alleen niet meer zo scherp; ik kijk er overheen. Mijn hersens vullen in en aan wat mijn ogen niet zien.

Bij mijn proeflezers gebeurde dat dus niet. Zodoende kreeg ik opeens ook antwoord op een vraag die ik hun niet had gesteld. Nee, dit boek is niet geschikt als e-boek. Nog niet. Dan moeten er eerst een paar dingetjes in de vormgeving worden aangepast. Als fysiek boek – een boek dat je in handen kunt houden, waarvan je het papier kunt ruiken, waar je doorheen kunt bladeren of van begin tot eind kunt gaan lezen – is het wel precies goed.

Naast feedback van mijn proeflezers kreeg ik fijne reacties van alle mensen die ik voor mijn boek interviewde voor de rubriek Het verhaal van… Het is een goede gewoonte van me, als ik mensen heb geïnterviewd, om iedereen altijd nog even te laten lezen wat hij of zij in een gesprek tegen mij heeft gezegd. Wat zij aan mij terugkoppelden, hielp mij eveneens om taalkundige en inhoudelijke fouten op het spoor te komen.

Zo ontdekte Marelle Boersma een prachtige verspreking, die we in eerste instantie allebei over het hoofd zagen. Dat het goed was om een schrijfcoach ‘in de armen’ te nemen. We moesten er allebei smakelijk om lachen. Goh, wat grappig. Alsof schrijfcoaches er zijn om uitgebreid mee te knuffelen. Ik heb het, haast met spijt, toch maar veranderd in de goede uitdrukking: ‘in de arm nemen’. Ik vond het wel een mooie en veelzeggende verspreking. Het vertelde mij iets over een verlangen: dat je een aardige schrijfcoach wilt zijn, iemand die dichtbij mag komen, iemand die mensen letterlijk aan hun hart kunnen sluiten. Omdat ze voelen: ‘Jij bent mij goed gezind.’ Zo’n soort schrijfcoach is Marelle in ieder geval. En ik? Ik doe mijn best om dat eveneens te zijn. Dat al meerdere keren mensen voor de tweede of derde keer bij me komen om een boek met mij te maken, vat ik op als een aanmoediging dat ik op zijn minst op de goede weg zit. Je kunt mij in de arm nemen, maar blijkbaar ook in de armen. Nou ja, misschien niet letterlijk, maar toch…

Mooie recensies

‘Je bent me gunstig gezind.’ Zo heb ik ook de feedback van mijn proeflezers opgevat. En ik was er maar al te blij mee. We vergeten soms dat het best lastig kan zijn om kritiek te leveren, zeker als je iemand niet goed kent. En ik had voor het proeflezen van mijn boek bewust óók mensen benaderd die mij en/of mijn werk inderdaad niet goed kenden. Alleen dan kon ik testen, had ik bedacht, of mijn boek inderdaad ‘doet’ wat ik zo graag wilde bereiken: aan mensen laten zien hoe je een boek maakt en wat dat met je doet. Dit wilde ik weten: kan ik dat duidelijk genoeg opschrijven voor mensen die daarmee geen ervaring hebben? En kan ik hen ook laten voelen hoe mooi het is en hoe bijzonder om zulke boeken over de levens van jezelf of anderen te mogen maken? Alleen al omdat het delen van levenservaringen contacten tussen mensen verdiept en jou op een andere manier naar jouw eigen werkelijkheid laat kijken?

De meeste proeflezers geloofden zelfs zó in mijn boek en mij – ze zagen de meerwaarde – dat ze graag voor mij wilden opschrijven waarom ze anderen zouden aanraden om mijn boek te kopen. Hun aanbevelingen vind je hier: Waarover gaat mijn boek en hoe vinden anderen het?

Een last is van mijn schouders afgevallen. Mijn boek moet nog verschijnen – en al gaat dat onverwacht wat langer duren dan ik had voorzien – maar ik ben vol vertrouwen. Mensen beleven aan mijn boek wat ik inderdaad graag zichtbaar wilde maken en doorgeven. Het mag de wijde wereld in. En ik? Ik mag weer oppakken wat ik altijd al doe: de verhalen van anderen onderdak bieden. Dit levensverhaal hoort in een boek thuis. Het jouwe ook?