schrijfoefening 1

Een schrijfoefening uit “Dagboek als spiegel” van Christine de Vries

• Blijft je verhaal te oppervlakkig?
• Wil je weten wat anderen bezielt?

Herken je dit: het levensverhaal dat jij aan het (be)schrijven bent, blijft aan de oppervlakte. Het voelt te eenzijdig. Je snapt eigenlijk niet zo goed waarom de mensen die daarin een belangrijke rol spelen doen wat ze doen. Nou ja, je snapt best waarom de ene mens ‘zus’ doet, maar niet zo goed het ‘zo’ van de ander. En je voelt maar al te goed dat het belangrijk is dat je dat wél weet. Dit verhaal wil jou iets vertellen, dat je nu nog niet helemaal weet. Alleen: wat is dat ‘iets’ dan precies en hoe kom je daarachter?

Christine de Vries schreef een handboek voor dagboekschrijvers, Dagboek als spiegel, waarin ze mensen een geweldige methode aanreikt om op papier in dialoog te gaan met anderen: het zogenaamde ‘dialoogschrijven’. Haar methode kun je prima toepassen om ‘in gesprek’ te gaan met de mensen die in jouw boek, in jouw leven, een rol spelen.

Kijken vanuit een ander perspectief

Natuurlijk is het super als je dat gesprek ook in werkelijkheid kunt voeren. Maar soms ligt dat net iets te gevoelig of leven de mensen niet meer, die je zo graag nog eens had willen spreken. En wil je toch graag antwoorden op de vragen die in je blijven branden. Christine geeft heel mooie voorbeelden in haar boek hoe dan het dialoogschrijven je kan helpen: om toch in contact te kunnen komen met wat die ander denkt, voelt en beleeft. En even vanuit een ander perspectief te kijken.

Hoe werkt dialoogschrijven?

Neem een vel papier en twee kleuren pen, voor iedere ‘gesprekspartner’ eentje. Schrijf eerst met trefwoorden of korte zinnen iets op over de ander. Vertel iets over jouw gevoelens en gedachten rondom hem of haar. Hoe ziet die persoon eruit? Heb je misschien een foto van hem of haar? Schrijf ook het doel van je gesprek op: wat wil je precies te weten komen?

Ga daarna de dialoog schrijven, alsof je werkelijk een gesprek voert met de ander: begroet elkaar en leg uit waarom je dit gesprek aangaat. Gebruik de ene kleur pen voor jezelf en de andere kleur voor je gesprekspartner. Probeer vooral niet teveel na te denken over de reacties, maar noteer zoveel mogelijk wat het eerste in je opkomt. Als je iets niet snapt, vraag je het gewoon, net als je in een echt gesprek zou doen.

Schrijf gerust ook op dat het je misschien even een ongemakkelijk gevoel geeft om zoiets ‘raars’ te doen als schrijven aan iemand die er niet is, alsof je tegen hem/haar praat. Je eigen ongemakkelijkheid domweg erkennen helpt vaak fantastisch om dat gevoel weer los te kunnen laten en open te blijven staan voor wat er kan gebeuren.

Zo ontstaat jouw ‘denkbeeldige dialoog’, in de diepere betekenis van het woord.


Een denkbeeldige dialoog die tot nieuwe denkbeelden leidt: andere gedachten èn andere beelden. Tot een andere versie van je verhaal en wie weet… ook tot een andere versie van jou.


Hulp nodig? Mail me gerust! Zie contact

NB: Dit artikel verscheen, in enigszins gewijzigde vorm, in 2014 al op een eerdere website van Levenstekst

Tagged with →